
Wet verplichte beroepspensioenregeling
Artikel 171 Bestuurlijke boete
1
De toezichthouder kan een bestuurlijke boete opleggen ter zake van een overtreding van voorschriften, gesteld bij of krachtens de artikelen 8, 21, 22, 23, 25, 26, 35, 36, 38, 39, eerste lid, 43, 44, 46 tot en met 59, 60, 61, tweede en vierde lid, 63, 69, 72, 73, 74, 75, 78, derde tot en met zesde, negende en elfde lid, 79, tweede lid, 80, tweede lid, 82, eerste tot en met vijfde en zevende lid, 85, tweede en derde lid, 91, tweede en zevende lid, 92, tweede en zevende lid, 93, eerste lid, 94, eerste en tweede lid, 95, 99, 102, tweede lid, 103, 104, 105, 106, 107, 108, 110, eerste, tweede, derde, vijfde tot en met achtste en tiende lid, 113, 114, 115, 116, 117, 118, 123, 124, 125, 129, tweede, vierde en vijfde lid, 130, 131, 132, 133, eerste tot en met vierde en zesde lid, 134, 135, 138, 140, 141, 142, eerste, tweede, derde, vijfde en zesde lid, 145, 162, 164, 165, eerste tot en met vierde lid, 166, eerste lid, 167, vijfde lid, 191, 193, 197, derde en vierde lid, 198 en van artikel 5:20 van de Algemene wet bestuursrecht.
2
De bestuurlijke boete komt toe aan de toezichthouder.
3
Bij regeling van Onze Minister kunnen regels worden gesteld ter zake van de uitoefening van de bevoegdheid tot het opleggen van bestuurlijke boetes.
Jurisprudentie bij dit artikel
- Hieronder wordt een selectie van de bijbehorende jurisprudentie getoond.
- Geen resultaten gevonden voor de door u opgegeven zoek termen.